Low-code en no-code platformen (zoals Mendix, OutSystems, Power Automate of Bubble) laten je een applicatie samenstellen met visuele bouwblokken — formulieren, workflows, koppelingen — in plaats van alles met programmeercode te schrijven. Low-code laat ruimte voor aanvullende code waar nodig; no-code is bedoeld om zonder code te bouwen.
Sterke kant. Snel een eerste werkende versie neerzetten, ook door mensen zonder diepe programmeerachtergrond. Handig voor interne tools of eenvoudige workflows die niet te veel afwijken van wat het platform standaard ondersteunt.
Waar het beperkt. Naarmate een applicatie complexer wordt of afwijkt van de gebaande paden van het platform, kost het soms meer moeite om iets af te dwingen dan wanneer het gewoon in code was geschreven — en je zit vast aan het platform en zijn licentiemodel (zie vendor lock-in).